Scheidingweetjes 5: Alimentatie, hoe zit het nu eigenlijk?

Alimentatie, hoe zit het nu eigenlijk?

Allemaal hebben we wel eens gehoord van alimentatie en in het nieuws komt het ook regelmatig naar voren, maar, hoe zit het nu eigenlijk? In dit artikel wil ik je vertellen welke soorten alimentaties er zijn, wat de verschillen zijn en hoe, globaal, de berekening tot stand komt. Om het overzichtelijk te houden, gebruik ik het klassieke voorbeeld van de vader die meer verdient dan de moeder en dat de kinderen bij de moeder blijven wonen en een bezoekregeling hebben met hun vader. Uiteraard kun je overal hij en zij invullen zoals het uitkomt.

Allereerst, welke soorten alimentaties zijn er? Er bestaat kinderalimentatie en partneralimentatie. Vaak wordt in artikelen en nieuwsberichten alleen het woord alimentatie gebruikt en moet je maar zien uit te vinden om welk soort het gaat. En dit terwijl ze heel verschillend zijn. Beide soorten alimentaties zijn gebaseerd op wettelijke regelingen zoals de rechter ze toepast en de berekeningen hieronder zijn daar ook op gebaseerd. Jaarlijks wordt het zogenaamde ‘tremarapport’ opgesteld en gepubliceerd. Hierin staan voor beide soorten alimentaties de regels beschreven. De ouders kunnen hier in onderling overleg van afwijken. In het geval van kinderalimentatie alleen in positieve zin.

Kinderalimentatie

Kinderalimentatie wordt betaald door de ouder waar de kinderen níet wonen. Als er een omgangsregeling is afgesproken waarbij bijvoorbeeld de kinderen om de week in het weekend naar de vader toe gaan dan wonen de kinderen bij de moeder en betaald de vader kinderalimentatie. Het gaat hier om kosten die gemaakt worden voor de kinderen om te wonen, te eten en te leven, het zogenaamde levensonderhoud. Ook als er geen omgangsregeling is, dient er nog steeds kinderalimentatie betaald te worden.

Berekening kinderalimentatie

Behoefte

Bij de berekening van de kinderalimentatie wordt eerst gekeken naar het aantal kinderen en hun leeftijd. Daarna bereken je het gezamenlijke netto inkomen van vóór de scheiding. Het gaat dan om alle soorten inkomen, dus loon, uitkering, pensioen en bijvoorbeeld vakantietoeslag, maar ook opbrengsten uit beleggingen of bijvoorbeeld uit de verhuur van kamers. De bedoeling is dat de levensomstandigheden van de kinderen zo min mogelijk achteruitgaan na de scheiding. Dit is de reden dat het inkomen van vóór de scheiding wordt gebruikt als basis en niet het inkomen van ná de scheiding. Vervolgens zoek je in de ‘kinderbijslagpunten’-tabel in het tremanormenrapport (klik hier voor het rapport) het bedrag op wat past bij het gezinsinkomen, het aantal kinderen en hun leeftijd. Hier vind je een bedrag dat de ‘behoefte’ van de kinderen genoemd wordt (per maand). In deze tabel is de kinderbijslag al verwerkt. Deze hoeft in de berekening niet apart meegenomen te worden.

Voorbeeld: Vader heeft een maandelijks inkomen van Eur 3.000 en moeder een maandelijks inkomen van Eur 1.500. Ze hebben samen 1 kind van 6 jaar. Allereerst zoek je in de tabel ‘kinderbijslagpunten’ in het rapport het totaal aantal punten op. Voor kinderen van 0 t/m 5 jaar is dat 4 punten, voor 6 t/m 11 jaar 2 punten en 12 t/m 17 jaar 0 punten. In dit geval is het totaal aantal 2 punten. Vervolgens zoek je in de tabel ‘eigen aandeel in de kosten van kinderen per maand’ van datzelfde rapport het bedrag op dat overeenkomt bij 2 punten bij één kind en een gezamenlijk netto inkomen van Eur 4.500. Het bedrag wat je hier vindt is Eur 690 (2017). Dit bedrag geeft de behoefte van het kind aan.

Draagkracht

Nadat de behoefte is berekend wordt de zogenaamde draagkracht berekend van beide ouders. Hieruit volgt een verdeelsleutel waarmee de behoefte van de kinderen verdeeld wordt over de ouders. Omdat dit het eigen aandeel in de kosten van de kinderen genoemd wordt, hoeft de ouder waar de kinderen over het algemeen wonen geen kinderalimentatie te betalen omdat zij die kosten in het dagelijks leven al voor de kinderen maakt. De ouder waar de kinderen een bezoekregeling mee hebben betaald dan zijn bijdrage voor de kinderen minus een zorgkorting voor de dagen dat de kinderen bij hem zijn.

Vervolg voorbeeld:

Op basis van bovenstaande gegevens kun je de draagkracht van de vader als volgt berekenen. 70% x (3.000 - (0,3 x 3.000 + 905)) = Eur 837. De formule is als volgt opgebouwd.

De draagkracht van de vader is een percentage (70%) van het inkomen minus de woonlasten (0,3 x 3.000 staat gelijk aan 30% van het netto inkomen) plus de kosten van levensonderhoud op bijstandsniveau zijnde maximaal Eur 905.

Voor de moeder is de draagkracht Eur 124 omdat er voor inkomens tot Eur 1.550 vaste tabelbedragen worden gebruikt om te grote verschillen bij lagere inkomens te voorkomen.

De gezamenlijke draagkracht in dit voorbeeld is Eur 837 + Eur 124 = Eur 961.

Om erachter te komen welk bedrag aan vader en welk aan moeder toegeschreven moet worden, wordt er een vergelijking behoefte en draagkracht gemaakt volgens de volgende formule: behoefte x (draagkracht ouder / draagkracht totaal). 690 x (837/961) = Eur 601 voor de vader en 690 x (124/961) = Eur 89 voor de moeder. Deze bedragen zijn afgerond.

Dan volgt er als laatste stap nog het toepassen van de zorgkorting. Bij een bezoekregeling van gemiddeld 1 dag per week is die vastgesteld op 15% van de totale behoefte omdat er van wordt uitgegaan dat de vader op de dagen dat zijn kind(eren) bij hem is/zijn, hij voorziet in de levensbehoeften en dus zelf de kosten draagt. Dit komt neer op 15% x Eur 690 = Eur 104.

De kinderalimentatie wordt daarom vastgesteld op Eur 601 - Eur 104 = Eur 497 per maand.

Partneralimentatie

Partneralimentatie is een bijdrage die meestal de man aan de vrouw betaald om in haar levensonderhoud te voorzien. Deze regeling is ooit in de wet opgenomen om ervoor te zorgen dat vrouwen die stopten met werken of nooit gewerkt hadden en de zorg van het huis en de kinderen op zich hadden genomen, niet met lege handen zouden staan op het moment dat ze gingen scheiden. Tegenwoordig komt dit nog steeds voor maar wel in mindere mate omdat vrouwen steeds vaker en meer blijven werken zodra ze kinderen hebben gekregen en de zorg voor de kinderen evenwichtiger is verdeeld.

Toch komt partneralimentatie nog best veel voor. Eén van de redenen is dat bijvoorbeeld de moeder met de kinderen in het gezamenlijke huis blijft wonen maar dit niet van haar inkomen kan bekostigen. Ook kan het zijn dat de vrouw wel werkt maar niet voldoende verdient om in haar levensonderhoud te voorzien. Dan wordt er een beroep gedaan op de partneralimentatie.

De ontvangen partneralimentatie moet worden opgeteld bij het inkomen. De ontvanger moet hierover belasting betalen en de betaler kan de kosten opvoeren ten laste van het inkomen in box 1. Voor de ontvanger kan dit ook betekenen dat ze wellicht toeslagen misloopt omdat haar inkomen dan boven bepaalde grenzen uitkomt. Het is verstandig om dit van tevoren goed uit (te laten) zoeken. Vanaf 2020 kan de betaler de partneralimentatie alleen nog aftrekken tegen de laagste belastingschijf.

Berekening

De berekening van de partneralimentatie gaat globaal als volgt. Allereerst bepaal je het netto besteedbaar inkomen van iedere ouder afzonderlijk ná de scheiding. Alle soorten inkomen tellen mee dus naast salaris ook opbrengsten uit beleggingen en pensioen.

Daarna wordt het draagkrachtloos inkomen vastgesteld. Dit is het bedrag dat elke ouder zelf nodig heeft om in zijn levensonderhoud te voorzien alsook andere bestaanskosten en lasten, dus bijvoorbeeld de huur of hypotheek, verzekeringspremies, et cetera. Van het bedrag dat overblijft wordt bepaald dat, als je alleenstaand bent, 60% beschikbaar is voor alimentatie. Dit heet de draagkracht.

Van dat bedrag wordt dan eerst de kinderalimentatie afgetrokken, de rest blijft over voor partneralimentatie. Ook al is de behoefte van kinderen of partner wellicht groter, meer dan er over is kan er niet betaald worden.

Een voorbeeld van een berekening geven is hier lastig omdat er zoveel variabelen zijn. Mocht je willen weten wat in jullie geval de mogelijkheden zijn voor kinder- en/of partneralimentatie, neem dan vrijblijvend contact met mij op.

‘Jus-vergelijking’

Uiteindelijk wordt er nog een zogenaamde ‘jus’-vergelijking gemaakt. Dit houdt in dat er een vergelijking gemaakt wordt van beide ouders om te bepalen of de ene ouder, verhoudingsgewijs, niet heel veel minder (of meer) te besteden heeft dan de andere ouder. Indien nodig wordt hier een correctie voor toegepast.

Co-ouderschap

Bij co-ouderschap wordt de verdeling van de kosten op een andere manier berekend. Er wordt dan geen kinderalimentatie betaald omdat beide ouders samen bepalen wie welke kosten op zich neemt buiten de dagelijkse behoeften.

Duur van alimentatie

Voor kinderalimentatie geldt dat deze doorloopt tot het 18e jaar. Daarna geldt tot en met het 21e jaar een onderhoudsplicht voor beide ouders om hun kinderen in levensonderhoud te ondersteunen tijdens bijvoorbeeld de studie. Vanaf het 18e jaar zal het kind de alimentatie of bijdrage zelf kunnen ontvangen.

Het wettelijk maximum aantal jaren dat partneralimentatie betaald hoeft te worden is 12 jaar tenzij je samen korter afspreekt. Je kunt de rechter wel vragen om verlenging. Daar moet je dan wel goede argumenten voor aanvoeren. Als de rechter de hoogte van de partneralimentatie vaststelt dan zal hij of zij ook rekening houden met de omstandigheden en bijvoorbeeld de mogelijkheden om weer of meer te gaan werken. Als er geen kinderen zijn dan geldt als wettelijk maximum, de duur van het huwelijk met een maximum van 5 jaar.

Wijzigingen

Als er wijzigingen plaatsvinden in de omstandigheden van één van de ouders met betrekking tot inkomen of gezinssamenstelling, dan kun je bij de rechter een herzieningsverzoek indienen. Als je gescheiden bent met behulp van mediation dan heb je, als het goed is, ook een procedure afgesproken voor wat betreft wijzigingen. Meestal probeer je er samen uit te komen en anders kun je weer met de mediator om de tafel gaan.

Indexatie

Jaarlijks wordt er in november bekend gemaakt welk percentage voor de indexatie gebruikt moet worden per 1 januari het volgende jaar. Indexatie van de alimentatie vindt plaats omdat de kosten voor levensonderhoud ieder jaar stijgen maar de lonen vaak ook. Voor 2018 is de indexatie vastgesteld op 1,5%. Dit houdt in dat je zelf de kinder- en/of partneralimentatie moet verhogen met 1,5%. Dit is een wettelijke regeling. Als je dit niet toepast, dan zul je dit in de toekomst toch moeten betalen met daarbovenop wellicht een boete. In sommige gevallen kan de indexatie uitgesloten worden.

Mocht je nog vragen hebben naar aanleiding van dit artikel of meer willen weten over alimentatie of mediation bij scheidingen, neem dan vrijblijvend contact met mij op via mail of telefoon.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.